Effectief assertief communiceren

Hoe communiceer je effectief assertief?

Met duidelijkheid.
Duidelijkheid in het aangeven van je grenzen, wat jij wil of niet wil. Duidelijkheid in je woordgebruik.  Zeg je ja, zeg dat dan met overtuiging. Dus niet ik denk dat ik wel kom …. Maar Ja ik kom. of Nee, ik heb geen zin.

Assertieve Ik-boodschappen zijn:

  • duidelijk
  • direct
  • in overeenstemming met wat je voelt
  • zonder agressiviteit of subassertiviteit

Een effectieve IK-boodschap begint dan ook altijd met:
Ik vind …
Ik voel …
Ik wil ….

Nee, ik wil dat niet!

Nee zeggen is moeilijk voor veel mensen.
Toch doe je er beter aan geen excuses te verzinnen als je iets niet wilt. Ook al lijkt het de makkelijkste oplossing. Zoek ook geen verzachtende, verklarende woorden, waardoor je boodschap onduidelijk wordt.

Probeer maar eens uit

Wat gebeurt er als jij zegt Nee, ik wil dat niet doen! En hoe dat uitpakt als je zegt Nee, ik heb er nu geen tijd voor. Wedden dat de ander dan direct inspringt op de ruimte die jij geeft: Oh joh, geen probleem morgen is ook goed hoor. En dan sta jij met een mond vol tanden en ligt de klus toch nog op je bordje. Beter geef je dus geen verklaring waarom je iets wel of niet wilt.

Jij-boodschappen werken averechts

In tegenstelling tot ik-boodschappen leiden jij-boodschappen je naar problemen. Als je zegt Jij moet eens stoppen met altijd … dan beschuldig je de ander van iets waar jij last van hebt. In plaats van het bij jezelf te houden, leg je de schuld bij de ander. Grote kans dat de ander direct in de verdediging schiet of de schuld bij jou teruglegt. Dat moet jij nodig zeggen … En de jij-bak is geboren. Iedereen kent wel die welles-nietes discussies, die nergens toe leiden.

De dubbele-ik

Dus als jij last hebt van het gedrag van anderen, dan heb jij een probleem. En als jij wilt dat daar iets aan verandert, dan ligt de bal bij jou. Bij zo’n altijd lastige situatie gebruik je de confronterende dubbele ik-boodschap.

  1. Ikbeschrijf het gedrag waar je last van hebt
  2. Ikvertel welk effect dat op jou heeft
  3. Jij … geef aan wat je graag wil

Wat geldt voor het aangeven van je grenzen, gaat ook op voor het geven van feedback.

Buurman, ik merk dat je de vuilnisbak steeds voor mijn deur zet. Ik kan dan mijn bak niet kwijt zonder eerst die van jou naar achteren te rijden. Ik vind het het fijn als je die van jou een halve meter verder zet.

Non-verbaal

Communiceren doe je niet alleen met woorden, ook non-verbaal geven we boodschappen. Door oogcontact, met lichaamshouding, maar ook met luistergedrag.

3 oefeningen:

1. Een zelfobservatie

a. Let eens op je houding:

Als je zit of staat, is je houding dan rechtop, voorover gebogen of kruip je een beetje in elkaar?

Waar zijn je handen? Friemelend op schoot, ontspannen langs je lijf, op je rug, in je zij of gevouwen voor je borst.

Staan je voeten op de grond of over elkaar geknoopt onder je stoel?

Hoe is je ademhaling, rustig of snel?

b. Verander eens bewust van houding. Merk je het verschil? Hoe komt dat over op anderen denk je? Let ook eens op hoe snel je, zonder er bij na te denken, weer in je vertrouwde houding schiet.

2. Wat doe je of wat gebeurt er met je in de volgende situaties:

Jij loopt rechts op het voetpad. Een onbekende komt recht op je af.

Ga je opzij of wijk je niet van je lijn?

Doe je dat altijd of hangt het af van de persoon die je tegemoet komt?

En kijk je de ander aan en zeg je iets of sla je je ogen neer?

3. Je komt iemand tegen die je kent. Jij groet. De ander loopt door alsof hij je niet gehoord of gezien heeft.

Wat doet dat met jou? Wat denk je?

verder lezen: de last van subassertief gedrag

terug naar inhoud