TA en de dramadriehoek

Een van de bekendste modellen uit de Transactionele Analyse (TA) is de Dramadriehoek. Een driehoek met de punt naar beneden. Loopt een gesprek niet helemaal lekker, dan is de kans groot dat je in de dramadriehoek zit.

De dramadriehoek

Het model laat een herhalend interactiepatronen zien. In die patronen –ook wel een ‘spel’ genoemd- zijn drie rollen te herkennen die van Aanklager, Redder en Slachtoffer.

Dramadriehoek

De rollen

De rollen hebben een vaste, negatieve dynamiek ten opzichte van elkaar.

  • Zo biedt de Redder graag veel en vooral ongevraagd hulp. Kom maar, laat mij het maar even doen. Hij neemt de verantwoordelijkheid van een ander over waardoor hij anderen afhankelijk maakt en zich zelf onmisbaar.
  • Het Slachtoffer gedraagt zich hulpeloos, reageert het liefst vanuit onmacht. Ze moeten altijd mij hebben. Doet hij dat zielig genoeg dan voelt de Redder zich aangesproken. Roept hij irritatie op, dan wordt de Aanklager uitgedaagd.
  • De Aanklager wijst om zijn eigen zwakte te verbergen, anderen graag op hun zwakke plekken. Jij snapt er echt niets van hè. Zij gaan zich schuldig voelen en zelf geeft ‘t hem geeft een gevoel van eigenwaarde.

Deze rollen zijn in het basismodel van de TA te herkennen bij de besproken 5 soorten gedrag. Zo reageert de Redder vanuit de negatief Voedende Ouder, het Slachtoffer vanuit het negatieve deel van ’t Kind en de Aanklager reageert vanuit de negatief Kritische Ouder.

De omstanders

De toeschouwers die zich veilig en buiten schot wanen. Mensen die er zogenaamd niets mee te maken hebben. Maar ondertussen gooien ze wel olie op het vuur met steunende of opjuttende opmerkingen.

De rollen zijn inwisselbaar

Voelt de Redder zich niet gewaardeerd, dan neemt hij de rol van Slachtoffer aan of van Aanklager. Nou zeg, ik wil alleen maar helpen hoor.

Wil de Aanklager het goed maken, dan schuift hij op naar Redder of wordt zelf Slachtoffer.

En als het Slachtoffer vindt dat hij niet goed geholpen is dan schiet hij in de rol van Aanklager. Ik dacht dat je me zou helpen, maar wat schiet ik hier nu mee op.

De rollen zijn inwisselbaar maar ook complementair, de een kan niet zonder de ander.

Voorbeeld

Maandagochtend bij het koffiezetapparaat. Er staan wat mensen te klagen (Aanklagen) over de manier van leidinggeven van Liesbeth, de collega die nu afdelingshoofd is. Op het moment dat ze aan komt lopen, stokt het gesprek en valt het groepje uit elkaar. De een pakt z’n koffie, mompelt ‘goedemorgen’ en verdwijnt. Twee anderen veranderen snel van onderwerp en de man die juist zijn koffie stond te tappen vraagt of ze een leuk weekend heeft gehad. Liesbeth weet wel dat ze het over haar hadden, ze heeft ‘t al eerder gemerkt. Maar toen ze het wilde bespreken, kreeg ze alleen ontwijkende antwoorden. Ze voelt zich niet serieus genomen (Slachtoffer) en klaagt er over tegen de directeur. De directeur (een echte Redder) gaat eens serieus met de afdeling praten. Hun gedrag is onacceptabel en dat laat hij ze weten ook. De afdeling voelt zich vervolgens onheus behandeld, want ze doen toch niets verkeerd. Van Aanklager schuiven zij in de rol van Slachtoffer. En wat doet Liesbeth als ze dit van ‘haar’ mensen hoort? Zij zegt: Hij had zich hier helemaal niet mee mogen bemoeien (Redder) en dat zal ze hem wel eens even vertellen ook. Van Slachtoffer wordt ze Redder van haar team en Aanklager van de directeur, die wordt uitgenodigd in de Slachtoffer rol te stappen.

Verbergen van echte gevoelens

Bang als we zijn om de eigen kwetsbaarheid te laten zien, communiceren we vanuit een niet OK gevoel over onszelf. Raar maar waar. In plaats van te zeggen wat ons dwars zit of wat we nodig hebben, stappen we – uit zelfbescherming – eerder in de dramadriehoek.

We doen het allemaal. Het gebeurt overal, op het werk, thuis, aan de kassa van de supermarkt, in de kroeg. Het dagelijks leven zit er vol mee. En dat niet alleen, films, soaps of sprookjes zonder dramadriehoek boeien niet.

De dagelijkse uitdagingen om er in te stappen zijn groot. Want we geven altijd onze eigen betekenis aan woorden en gedrag van anderen. We denken al gauw te begrijpen wat de ander bedoelt. Worden we ergens door geraakt, dan gaan we al snel uit van ‘foute’ bedoelingen. En dan is de uitnodiging daar. Zitten we eenmaal in een spel, dan spelen we onze rol met verve in die niets oplossende dramadriehoek.

De dramadriehoek is niet constructief

Want de Dramadriehoek

  • kost energie
  • heeft een herhalend patroon ‘daar gaan we weer’
  • bestaat uit ongelijke rollen, de een voelt zich meer of minder dan de ander
  • is een spel van transacties met bijbedoeling en verborgen boodschappen
  • de uitkomst is voorspelbaar na afloop zit iedereen met het ‘bekende rotgevoel’

In dramadriehoek neemt niemand de verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag.

Zonder Slachtoffer geen spel

De winnaarsdriehoek: het positieve alternatief

Winnaarsdriehoek

Het alternatief voor hulpeloos Slachtoffergedrag is beginnen met realistisch te doen. Zich kwetsbaar opstellen niet door te klagen maar te vragen.

  • Neemt verantwoordelijkheid voor eigen gedrag, gedachten en gevoelens en behoeften.
  • Vraagt: Wil je me even helpen?

In plaats van te kiezen voor Reddergedrag een zorgzame opstelling. Betrokkenheid bij de ander én bij zich zelf.

  • Accepteert dat anderen voor zichzelf kunnen zorgen.
  • Maakt vooraf duidelijke afspraken over wat de ander zelf doet.
  • Vraagt: Kan ik iets voor je doen?

Agressief Aanklagergedrag stopt met een assertieve opstelling.

  • Geeft grenzen aan.
  • Zegt wat hij ‘echt’ denkt, zinnen die beginnen met  Ik vind …; Ik voel …; Ik wil …  zonder de ander daarbij te kwetsen.

Meer lezen over de winnaarsdriehoek of over TA

Op basis van het werk van Eric Berne o.a. in Games People Play ontwikkelde Karpman de Dramadriehoek; Choy beschreef de rollen van de Winnaarsdriehoek.  Illustraties EduGraphics